Op 19 november heeft de Europese Commissie (Commissie) het langverwachte voorstel voor de Digitale Omnibusverordening (Digitale Omnibus) gepubliceerd. De Digitale Omnibus bevat wijzigingen in een breed scala aan digitale wetgeving, waaronder de AVG, de Dataverordening, de AI-Verordening, de ePrivacy-Richtlijn en operationele weerbaarheidsregels zoals de DORA en de NIS2-Richtlijn.
Het hoofddoel van de Digitale Omnibus is harmonisatie van wettelijke kaders om juridische complexiteit en dubbele verplichtingen te verminderen. Zo worden bepalingen uit de Data Governance-Verordening en de Richtlijn hergebruik overheidsinformatie integraal opgenomen in de Dataverordening, waardoor één uniform kader ontstaat voor datatoegang en hergebruik van overheidsdata. Voor aanbieders van dataverwerkingsdiensten onder Dataverordening introduceert de Digitale Omnibus een lichter regime voor kleine en middelgrote ondernemingen, inclusief uitzonderingen op bepaalde verplichtingen uit de Dataverordening in het kader van het overstappen tussen aanbieders.
Een belangrijke aanpassing voor de praktijk is het “single-entry point” voor incidentmeldingen. Hiermee kunnen organisaties via één interface voldoen aan meldplichten onder verschillende kaders, waaronder de AVG, NIS2, DORA en eIDAS. Dit moet hun administratieve lasten aanzienlijk verlagen en consistentie in rapportages bevorderen. Het Agentschap van de Europese Unie voor Cyberbeveiliging (ENISA) zal het single-entry point moeten ontwikkelen.
Op het gebied van privacy bevat de Digitale Omnibus gerichte wijzigingen van de AVG. Zo wordt de definitie van persoonsgegevens gestroomlijnd met de recente uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak SRB/EDPS, worden er lijsten op EU-niveau ontwikkeld van verwerkingen waar DPIAs wel en niet verplicht voor zijn, en worden de informatieverplichtingen bij laag-risicoverwerkingen versoepeld. Ook worden de regels voor cookies uit de ePrivacy-Richtlijn in de AVG ondergebracht, met ruimte voor machineleesbare toestemmingssignalen en een verplichting voor browsers om deze te ondersteunen. Verder wordt een verlenging van de termijn voor het melden van datalekken naar 96 uur voorgesteld.
Omdat er op dit moment nog geen toereikende middelen zijn die de naleving ervan ondersteunen stelt de Commissie voor om de verplichtingen voor hoog-risico AI-systemen met maximaal 16 maanden uit te stellen. Ook is een uitzondering op het verwerkingsverbod van bijzondere categorieën persoonsgegevens voor de ontwikkeling van AI-systemen geïntroduceerd, en wordt expliciet erkend dat de verwerking van persoonsgegevens in de context van ontwikkeling en het beheer van AI-systemen of AI-modellen op grond van het gerechtvaardigd belang kan plaatsvinden, mits aan alle criteria wordt voldaan.
Het voorstel bevat ingrijpende veranderingen en heeft daarom de nodige kritiek gekregen. Zo introduceert het een lichter regime voor middelgrote ondernemingen (tot 750 werknemers en een jaaromzet van maximaal €150 miljoen of een jaarlijkse balans van maximaal €129 miljoen). Dit zou ertoe leiden dat een groot deel van de Europese ondernemingen onder deze versoepelde regels valt, wat vragen oproept over het waarborgen van een gelijk speelveld en de bescherming van persoonsgegevens. In de komende maanden zal er op EU politiek niveau worden onderhandeld over het Commissie voorstel. De bedoeling is dat de Digitale Omnibus voor de zomer van 2026 van toepassing wordt.