Op 17 september heeft advocaat-generaal (A-G) Spielmann van het Hof van Justitie van de Europese Unie conclusie genomen in zaak C-317/25 (Groupe Canal+). De zaak betreft de vraag of toestemming voor direct marketing geldig is wanneer betrokkenen enkel instemmen met gebruik van hun persoonsgegevens door de “partners” van een organisatie, zonder dat die partners concreet worden geïdentificeerd.
Aanleiding voor de procedure was een marketingcampagne van Groupe Canal+ gericht op ongeveer 3,9 miljoen personen. Hun gegevens waren verzameld door internetproviders, waarbij betrokkenen toestemming hadden gegeven voor marketing door de “partners” van die providers. Volgens de Franse privacytoezichthouder CNIL beschikte Groupe Canal+ daardoor niet over geldige toestemming, waarna een boete van € 600.000 werd opgelegd.
Volgens de A-G kan toestemming voor dergelijke marketing alleen geldig zijn als deze vrij, specifiek, voldoende geïnformeerd en ondubbelzinnig is verleend. Om geïnformeerd te zijn, moet de betrokkene de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke kennen. Het feit dat iemand toestemming heeft gegeven voor gebruik van zijn gegevens door “partners” betekent daarom niet dat iedere onderneming binnen die categorie marketingberichten mag versturen. Als de identiteit van de organisatie die de marketingcommunicatie verstuurt op het moment van toestemming niet bekend was, moet voorafgaand aan de communicatie opnieuw toestemming worden verkregen, uiterlijk bij het eerste contact met de betrokkene (in verband met het vereiste van artikel 14 lid 3 AVG). Ook stelt de A-G dat een afmeldmogelijkheid na ontvangst van het eerste bericht het ontbreken van voorafgaande toestemming niet kan herstellen. Daarnaast merkt hij op dat het begrip “partners” hiervoor te vaag is.
De conclusie onderstreept het belang van transparantie bij toestemming voor direct marketing en het delen van persoonsgegevens met derden. Organisaties die voor marketingdoeleinden gebruikmaken van toestemming voor groepsmaatschappijen, partners of andere ontvangers doen er goed aan te beoordelen of deze partijen voldoende duidelijk zijn geïdentificeerd richting betrokkenen of dat zij op een andere wijze toestemming hebben gekregen.